Begrippenlijst
Persoonsgebonde budget in de AWBZ
Persoonsgebonden budget in de Wmo
De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten verzekert iedere Nederlander tegen "onverzekerbare risico's", zoals het bekostigen van langdurige, chronische zorg. De AWBZ vergoedt (hoge) medische kosten die ziekenfondsverzekeringen of particuliere ziektekostenverzekeringen niet vergoeden. Onderzoek en preventieve maatregelen worden ook betaald uit de AWBZ. De zorgbehoefte van mensen die in aanmerking komen voor de AWBZ wordt uitgedrukt in vijf functies. Iemand kan een indicatie krijgen voor één of meer van de volgende AWBZ functies: Persoonlijke verzorging, Verpleging, Begeleiding, Behandeling en Verblijf. Iemand met een indicatiebesluit voor AWBZ-zorg heeft de keuze tussen zorg in natura en een persoonsgebonden budget. Er is geen pgb mogelijk voor de functies behandeling en verblijf. Voor 'tijdelijk verblijf' gelden aparte regels. De huishoudelijke verzorging is per 1 januari 2007 overgegaan uit de AWBZ naar de Wmo.
Civil society is een systeem van verbanden waar mensen vrijwillig deel van uitmaken.
De verbanden in een civil society vallen buiten de sfeer van 'gevestigde' verbanden, zoals overheid, de markt en de verbanden van familie en vrienden. De civil society gaat uit van betrokkenheid van burgers bij de publieke zaak, vergroting van maatschappelijk zelfbestuur, minder overheidsbemoeienis, beperking van commerciële invloeden en versterking van gemeenschapszin en tolerantie.
Het compensatiebeginsel geeft gemeenten de opdracht voorzieningen te treffen ter compensatie van de beperkingen die hun burgers ondervinden in zelfredzaamheid en de maatschappelijke participatie. Deze voorzieningen op het gebied van maatschappelijke ondersteuning stellen burgers in staat om:
a. een huishouden te voeren;
b. zich te verplaatsen in en om de woning;
c. zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel;
d. medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan
Horizontalisering in de Wmo betekent dat gemeenten geen verantwoording meer afleggen aan de rijksoverheid, maar aan hun burgers en de gemeenteraad.
Inclusief beleid is beleid dat rekening houdt met de verschillende mogelijkheden en beperkingen van mensen. Resultaat is dat algemene voorzieningen ook beschikbaar zijn voor mensen met een beperking. Een voorbeeld van inclusief beleid: Bij het bouwen van een nieuwe woonwijk wordt al bij het ontwerp rekening gehouden met mensen met een beperking. Het doel van inclusief beleid is dat mensen met beperkingen vanzelfsprekend op een gelijkwaardige manier kunnen deelnemen aan alle aspecten van het maatschappelijke leven.
De eerste organisatie die een cliënt tegenkomt als hij AWBZ-zorg nodig heeft, is het indicatieorgaan. Indicatiestellers beoordelen objectief en onafhankelijk of iemand recht heeft op AWBZ-zorg. De indicatiesteller brengt in kaart wat iemands aandoening, beperking of gebrek is. Het indicatiebesluit wordt geformuleerd in functies (aard van de zorg) en klassen (hoe lang en hoe vaak iemand zorg nodig heeft). Het Centrum Indicatiestelling Zorg (voorheen RIO) is verantwoordelijk voor de indicatiestelling binnen de AWBZ.
Verblijfsinstellingen waar cliënten dag en nacht wonen omdat ze intensieve verzorging, begeleiding of verpleging nodig hebben. Er is een indicatie 'verblijf' voor nodig om in een intramurale instelling te wonen. In AWBZ-termen: instellingen die zorg leveren in combinatie met de functie verblijf.
De invoeringstrajecten zijn bedoeld om gemeenten voor te bereiden op het uitvoeren van de Wet maatschappelijke ondersteuning. De invoeringstrajecten richten zich op aspecten die cruciaal zijn voor een goede invoering van de Wmo. VWS en VNG verzamelen goede voorbeelden van gemeenten waar al op een Wmo-achtige manier wordt gewerkt. Die verspreiden ze onder de overige gemeenten.
Onder mantelzorg verstaan we de zorg die mensen bieden aan een naaste; deze zorg wordt vrijwillig (al kunnen de omstandigheden zodanig zijn dat de mate van vrijwilligheid beperkt is) en niet vanuit een bepaald georganiseerd verband geboden door mensen die al voor het ontstaan van de zorgvraag een bepaalde sociale relatie met elkaar hadden. Mantelzorg is geïndiceerde zorg. Meer informatie vindt u hier.
Openbare Geestelijke Gezondheidszorg omvat alle activiteiten op het gebied van de geestelijke volksgezondheid, die worden uitgevoerd buiten een vrijwillige, individuele hulpvraag.
Persoonsgebonden budget in de AWBZ
Civil society is een systeem van verbanden waar mensen vrijwillig deel van uitmaken. De verbanden in een civil society vallen buiten de sfeer van 'gevestigde' verbanden, zoals overheid, de markt en de verbanden van familie en vrienden. De civil society gaat uit van betrokkenheid van burgers bij de publieke zaak, vergroting van maatschappelijk zelfbestuur, minder overheidsbemoeienis, beperking van commerciële invloeden en versterking van gemeenschapszin en tolerantie.
Persoonsgebonden budget in de Wmo
In de Wmo worden gemeenten verplicht om burgers de keuze te bieden tussen een voorziening in natura, een financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget. Dit geldt voor alle individuele voorzieningen.
Het pgb is een budget dat u toegekend krijgt om zelf uw zorgverleners in te huren voor de zorg die u nodig hebt. Of om zelf uw hulpmiddelen aan te schaffen en voorzieningen te realiseren.
De Wmo maakt de gemeenten verantwoordelijk voor de maatschappelijke ondersteuning. Oftewel: gemeenten moeten het mogelijk maken dat alle inwoners maatschappelijk kunnen meedoen. Voor kwetsbare groepen is extra aandacht. De Wmo omschrijft 'maatschappelijke ondersteuning' in negen prestatievelden.
1 het bevorderen van sociale samenhang en leefbaarheid in dorpen, wijken en buurten;
2 op preventie gerichte ondersteuning van jeugdigen met problemen met het opgroeien en
ondersteuning van ouders met problemen met opvoeden;
3 het geven van informatie, advies en cliëntondersteuning;
4 het ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers;
5 het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijke verkeer en het bevorderen van het
zelfstandig functioneren van mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem;
6 het verlenen van voorzieningen aan mensen met een beperking of een chronisch psychisch
probleem of een psychosociaal probleem ten behoeve van het behoud van hun zelfstandig
functioneren of hun deelname aan het maatschappelijk verkeer;
7 maatschappelijke opvang, waaronder vrouwenopvang en huiselijk geweld
8 het bevorderen van openbare geestelijke gezondheidszorg, met uitzondering van het bieden
van psychosociale hulp bij rampen
9 het bevorderen van verslavingsbeleid.
In het wetsvoorstel worden de prestatievelden aangeduid met beleidsterreinen.
Overeenkomst tussen het zorgkantoor en de zorgaanbieder over de omvang en tarieven van de te leveren zorg.
De gemeente wordt met de Wmo verantwoordelijk voor de maatschappelijke ondersteuning.
De gemeente moet er voor zorgen dat iedere burger volwaardig kan deelnemen aan de maatschappij. Daarbij mogen ouderen en mensen met een beperking geen drempels ervaren. Elke gemeente bepaalt zelf hoe ze de maatschappelijke ondersteuning organiseert.
De gemeente krijgt de regie omdat de gemeente beter zicht heeft op de plaatselijke situatie dan de rijksoverheid. De gemeente weet ook welke organisaties ingeschakeld kunnen worden en aan welke voorzieningen burgers behoefte hebben.
Respijtzorg is zorg aan een zorgbehoevende, met als doel om diens mantelzorger(s) te ontlasten en vrijaf te geven. Het is een verzamelbegrip voor voorzieningen, die tijdelijk, beroepsmatig of vrijwillig de mantelzorg overnemen, en dus respijt verlenen.
Instellingen die zorg willen verlenen voor rekening van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) moeten daarvoor door het CVZ (College voor zorgverzekeringen) worden toegelaten. Op www.cvz.nl vindt u meer informatie over de voorwaarden om tot de AWBZ toegelaten te worden.
Zorg die niet meer strikt gebonden is aan de mogelijkheden van een instelling, maar waar de vraag van de cliënt uitgangspunt is. Transmurale zorg kan ook een preventieve functie vervullen: door gewenste zorg 'buiten de muren' te leveren kan opname 'binnen de muren' (intramuraal) worden uitgesteld of voorkomen.
De Wet Collectieve Preventie Volksgezondheid geeft gemeenten de taak preventief beleid op volksgezond-heid te voeren.
De gemeente is verantwoordelijk voor het (laten) uitvoeren van collectieve preventietaken. De gemeente zorgt ook voor continuiteit, samenhang en afstemming binnen de collectieve preventie en de curatieve zorg. Gemeenten leggen hun preventieve gezondheidsbeleid eens in de vier jaar vast in een nota.
Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)
De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zorgt ervoor dat iedereen kan meedoen aan de maatschappij en zelfstandig kan blijven wonen. Het gaat bijvoorbeeld om mensen met beperkingen door ouderdom of handicap, een chronisch psychisch probleem, maar ook om vrijwilligers en mantelzorgers.
Als meedoen of zelfstandig wonen niet lukt zonder hulp, kan iemand de gemeente vragen om ondersteuning, zoals thuiszorg of een rolstoel.
Zorg in Natura: deze zorg wordt door uw Zorgkantoor rechtstreeks aan uw zorgverlener betaald. Daar merkt u verder niets aan, hooguit moet u een bedrag bijbetalen, de zogenaamde Eigen Bijdrage.
Iemand die AWBZ-zorg nodig heeft, kan kiezen tussen zorg in natura of een persoonsgebonden budget (pgb). Kiest hij voor zorg in natura, dan gaat de cliënt met een indicatiebesluit naar een erkende AWBZ-zorginstelling die een overeenkomst heeft met het zorgkantoor. De zorgaanbieder en de cliënt stellen samen een zorgplan op. Daarin staat wat en hoeveel zorg iemand krijgt; de 'prestatie'. Het zorgkantoor controleert steekproefsgewijs of de prestatie door de zorgaanbieder naar behoren is geleverd. De cliënt kan overigens ook bij andere gecontracteerde aanbieders 'winkelen' en eventueel met andere aanbieders afspraken maken. Hoe meer nieuwe zorgaanbieders en zorgproducten op de markt komen, hoe meer keuze een cliënt heeft.
De zorgkantoren regelen dat de cliënt zorg ontvangt van een zorgaanbieder. In AWBZ-termen: zorgkantoren zijn verantwoordelijk voor de zorg inkoop in de AWBZ. Het zorgkantoor sluit overeenkomsten met zorgaanbieders en bewaakt zo de omvang, variatie, kwaliteit en kosten van het zorgaanbod. Het zorgkantoor beheert de wachtlijsten in een regio. Het zorgkantoor stelt de hoogte van een persoongebonden budget vast. Er zijn 32 zorgkantoren die de administratieve taken voor de AWBZ verzorgen. Ieder zorgkantoor behoort tot een zorgverzekeraar. Deze zorgverzekeraars zijn door de overheid benoemd om het AWBZ-geld te verdelen over de zorgaanbieders.

